Categorieën

Column Willem Buunk: 'Beleidstoerisme'

7 jun 2011

Willem Buunk (Foto: CC BY-SA Sebastiaan ter Burg)Een oud industriegebied is niet de bestemming waar de meeste mensen hun oog op zullen laten vallen in de vakantiefolders. Als aanprijzing voor een reisje naar Zwitserland zal een foto van de pittoreske oever van de Züricher See en de chique winkelboulevards meer tot de verbeelding spreken, dan leegstaande fabrieken en bouwplaatsen. Toch is een bezoek aan een industriegebied als Zürich-west de moeite waard.

Een oude scheepsbouwloods biedt plaats aan een spectaculair mooie, glazen doos-in-de-loods-restaurant en aan een theaterpodium. Een andere loods wordt gerestaureerd en uitgebreid om plaats te bieden aan repetitieruimtes voor het plaatselijke operagezelschap. Toeristen kennen het gebied vooral omdat het de geboortegrond is van wereldberoemde tassen van de gebroeders Freitag. De autoweg op betonpalen, die dwars door het gebied loopt, bood hen de inspiratie om kleurig bedrukte zeildoeken van vrachtwagens her te gebruiken voor tassen. De verkoop verloopt vooral via internet, maar er is ook een heuse ‘flagship-store’: Een kolom van op elkaar gestapelde en aaneengelaste oude zeecontainers.

Deze toeristische trekker zal er niet lang meer staan. Na de informele start door de creatieve economie, maakt industriegebied Züri-West nu een opvallende ontwikkeling door. Luxe en betaalbare appartementen omkragen een oude fabriekshal die een overdekt plein is geworden. Ernaast staat een geheel nieuw blok met supermarkt, middelbare school en meer woningen. Onder de bogen van een historisch en hoog spoorviaduct zit een luxe biologische voedselmarkt, met lunchroom en trendy winkels. Binnenkort worden er eengezinswoningen, kantoren, een onderzoeksinstituut en studentenwoningen gebouwd. Het maakt de wijk misschien niet een interessante bestemming voor de gemiddelde toerist, maar wel voor een Utrechtse delegatie van projectontwikkelaars, directeuren van woningbouwcorporaties, ambtenaren, wethouder en raadsleden.

Snoepreisje, zo luidde het oordeel vooraf in een deel van de plaatselijke politiek en in de lokale pers. Het verwijt is niet onbegrijpelijk. Steden waar zich interessante ontwikkelingen voordoen, worden snel een populaire bestemming voor bestuurders en ambtenaren. En als het een locatie is die bekend staat om mooi weer of, zoals Zürich, beschikt over een fijn meer en een decoratief berglandschap, dan is het snoepreisjesverwijt snel gemaakt. De Utrechtse delegatie werd zelfs vergezeld door een journalist van RTV Utrecht, die ‘embedded’ was meegereisd om te onderzoeken of het verwijt terecht is. Nee, zo concludeert hij, het is uitermate nuttig, zo’n studiereis. Beter van toepassing lijkt daarom de term die de Nijmeegse hoogleraar geografie Gert-Jan Hospers heeft geformuleerd voor deze vorm van reizen: Beleidstoerisme.

De vergelijking tussen Zürich en Utrecht blijkt voor de beleidstoerist goed mogelijk. De steden zijn ongeveer even groot, hebben een grote universiteit (in Zürich ook de gerenommeerde Eidgenössische Technische Hochschule) en zijn mateloos populair als woonplaats. De druk op de woningmarkt is van vergelijkbare omvang. Zo stelden de Zwitsers zich in 1998 ten doel om in vier jaar 20.000 woningen te bouwen. Dat is niet gelukt en op de lange termijn zou zelfs een veelvoud aan nieuwe woningen nodig zijn.

Bij nadere beschouwing vallen natuurlijk ook verschillen op: Wetgeving, instituties, economie en geografie. Zo is ondergronds bouwen in de stevige rotsige bodem standaard in Zürich. De gemeente kent daarom zelfs een afdeling Tiefbau, die in samenwerking met de afdeling Hochbau (alles bovengronds) de ruimtelijke ordening regelt. De huizenprijzen, huren en de inkomens zijn in de internationale bankiersstad minstens drie keer zo hoog. Een gezinsinkomen van rond de €100.000,- geldt er als zo laag, dat een gesubsidieerde huurwoning van een Baugenossenschaft onmisbaar geacht wordt. De Nederlandse bewondering over de sublieme bouwkwaliteit, ook van gesubsidieerde huurwoningen en scholen, verdient de kanttekening van overdreven kwaliteitseisen en een overvloed aan budget. De publieke en politieke klacht over de bouwkosten hebben inmiddels ook in de gemeente Zürich geleid tot een beleidsaanpassing, onder het motto “Zürich baut - gut und günstig!”.

Voor wie zich rekenschap geeft van deze verschillen, zijn er lessen te trekken uit het binnenstedelijk bouwen zoals in Züri-west. De transformatie van industriegebied wordt ingeleid met een nieuwe tramlijn en een herinrichting van de wegen. Er wordt zorgvuldig voortgeborduurd op het spontane hergebruik van industrieel erfgoed. De combinatie van commerciële kantoorontwikkeling, cultuurpodia, een middelbare school en vele honderden woningen creëert een multifunctioneel stadsdeel. Meest opvallend daarbij is het expliciete doel om een deel van de industrie pal naast de nieuwe woningen, de ruimte te laten om te blijven functioneren en investeren. Een combinatie waarvoor federale wetgeving opzij is gezet om met goed ontwerp te bewijzen dat deze mix van activiteiten kan bestaan. De aanpak is een succes, want nieuwe bouwactiviteiten worden voorbereid. Daarvoor moet wel de zeecontainerswinkel voor Freitag-tassen wijken. De tassenfabriek verhuist naar een splinternieuw, als kantoor ogend bedrijfspand in Neu Oerlikon; een locatie waar tot voor enkele jaren munitie en chemische wapens van de band rolden. Ook al zo’n boeiende bestemming voor de beleidstoerist.