Voor velen is het een droom om van hun hobby hun werk te maken. Ik heb dat traject andersom afgelegd. Mijn werk is zo langzamerhand mijn hobby geworden. De gelukkige omstandigheid waarin ik verkeer is dat ik altijd erg leuke banen heb gehad in mijn vakgebied, de planologie. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik in het bijzonder enthousiast voor mijn eerste baan was, omdat een promotieplek uitstel van eerste oefening opleverde. Ik ben altijd voorstander geweest van dienstplicht, maar had niet veel zin om te dienen in een leger waarvan de dienstplicht net opgeheven werd en waar weinig anders gebeurde dan elke dag opnieuw een tank groen schilderen. Toch bleek het planologische onderzoek een gouden greep.
Met veel plezier ben ik diep gedoken in de finesses van de inrichting van stad en land in internationaal vergelijkend perspectief. Inmiddels is het welhaast een hobby geworden. Gaandeweg heb ik echter ook ontdekt dat het een linkse hobby is. Niet zelden heeft dat mij voor dilemma’s geplaatst. Dan zit je als onderzoeker of docent opvattingen te verkondigen die vakmatig correct zijn, maar waar ik als liberaal grote moeite mee had om ze te geloven. De toekomstige ontwikkeling vastleggen in een plan? Door de overheid? En ik ben niet de enige. Die enkele partijgenoot die wethouder ruimtelijke ordening is – het zijn meestal PvdA wethouders op die portefeuille – en woordvoerders van fracties verkondigen ook vaak standpunten die doordesemd zijn met vakmatig correcte en beleidsmatig netjes onderbouwde opvattingen, maar die een herkenbaar linkse maakbaarheidsignatuur hebben.
Het geloof in de maakbare samenleving is in ruimtelijke ordening nog steeds voelbaar aanwezig. De rijksoverheid bepaalde decennialang het ontwikkelingspatroon van steden en dorpen tot in de verre uithoeken van ons land. Ruimtelijke concepten als ‘gebundelde deconcentratie’, ‘groeikernen’, ‘bufferbeleid’ en de ‘compacte stad’ verdeelden volgens het principe van de verdelende rechtvaardigheid de woningbouw over het land. Voorzien van woningbouwsubsidies konden de wethouders in de steden – meestal van PvdA huize – de eenheid van planning en publiek bouwmeesterschap realiseren. Ministers van VVD huize zijn niet zonder invloed geweest, maar ze hebben hoogstens enkele ruimtelijk-economische thema’s mogen toevoegen, zoals de ‘mainports’. En ecologisch-politiek geïnspireerde wetenschappers hebben met de Ecologische Hoofdstructuur wel het grootste ruimtelijke project buiten de steden mogen plannen. Maar het plan, dat herkenbaar sociaal-democratische sturingsinstrument, is er niet minder dominant op geworden in de ruimtelijke ordening. Zelfs als wetenschappelijk onderzoek laat zien dat die plannen niet effectief zijn - hetgeen meestal keurig de uitkomst van onderzoek is – dan is er toch vaak de aanbeveling maar weer betere plannen te maken. Tsja….
Het nieuwe kabinet maakt korte metten met linkse hobbies. Dat geldt dus ook voor de ruimtelijke ordening, een van de 17 hervormingen van het kabinet Rutte. Het ministerie van VROM is opgeheven. Geen ruimtelijke plannen meer van de rijksoverheid waarin een fictieve toekomst van de inrichting van het land tot in alle uithoeken wordt gemaakt. Alleen de provincies zorgen voortaan nog voor de onderlinge afstemming van gebiedsontwikkelingen en andere ruimtelijke ingrepen. De Ecologische Hoofdstructuur wordt herzien. Mooi, maak er vooral een landschapsverfraaiingsprogramma van. En de wetgeving wordt herzien en vereenvoudigd.
De politieke hervorming van de ruimtelijke ordening wordt daarbij vooral bepaald door de keuze om wonen, wijken en integratie (WWI) onder te brengen bij Binnenlandse Zaken. Een slimme politieke keuze. De volkshuisvestings-V van VROM wordt daarmee losgeknipt van de ruimtelijke ordening. Het einde van de sociaal-democratische hegemonie in de ruimtelijke ordening die de centrale planning van woongebieden tot prioriteit van ruimtelijk rijksbeleid maakte. Het is heerlijk voer voor onderzoekers. Het politieke speelveld van de ruimtelijke ordening is volledig veranderd. Niet langer is sociaal-democratisch gedachtegoed dominant, maar ook het liberale, christen-democratische en het anti-establishmentperspectief (van de PVV) krijgt invloed. Een frisse politieke wind door het vakgebied. Het geeft mij ineens een rechtse hobby.