Categorieën

Column Willem Buunk: 'Rampenplan'

22 feb 2011

De wereld van planologen en stedenbouwkundigen is nog steeds doordesemd met een sociaal-democratisch maakbaarheidgeloof van de oude stempel. Een prachtig voorbeeld is te vinden op het Groninger platteland. Daar wordt nog vrolijk gefantaseerd over de betere wereld die door zorgvuldige planning en ontwerp tot stand kan komen. Voor wie het niet gelooft moet vooral eens een kijkje nemen in De Blauwe Stad. Midden in het Oldambt verrijst daar – geheel volgens plan, zo lijkt het – een schitterende villawijk aan het water van een versgegraven meer. De eerste 150 huizen staan er al en in aquareltinten schilderen de verkoopborden de nieuwe wereld van straks, althans als alles volgens plan verloopt.

Nou ja, plan, ‘gebiedsontwikkeling’. Zelfs de meest geharnaste planbureaucraat heeft ontdekt dat het allemaal niet meer kan zonder ‘de markt’. Dus is het plan vermomd als een proces en gaat de overheid schuil achter de rol van gebiedsontwikkelaar of regisseur op zoek naar investeerders. Maar de geur van de maakbare omwenteling, de gestuurde revolutie, laat zich in de zware Groningse klei moeiteloos opsnuiven. Want wat is dat plan? Met de bouw van 1500 vrijstaande villa’s voor rijke Randstedelingen die rust, ruimte en water voor hun zeilboot zoeken, moesten de Groninger ommelanden een broodnodige sociale en economische impuls krijgen. Op zich geen gekke gedachte, want het is een van de armste regio’s van Nederland. De industrie is er goeddeels verdwenen, de planmatige ontwikkelde Eemshaven biedt nog onvoldoende alternatieve werkgelegenheid en de akkerbouw maakt een door Europese subsidies gestuurde, terugtrekkende beweging. En er is ruimte, veel ruimte.

Het plan drijft op de ingeving om de Europese landbouwsubsidie eenmalig te laten afkopen voor het permanent uit productie nemen van landbouwgrond. Met dat startkapitaal planden gedreven bestuurders een nieuw gegraven meer en een paar mooie stukken nieuwe natuur. Een schitterend biotoop voor een villastad, waar de verkoop van de bouwkavels à €100.000,- de begroting sluitend maakt en bovendien kapitaalkrachtige recreanten in de regio brengt. Boeren blij, natuurvrienden blij, rijke Randstedelingen blij en recreatieondernemers blij. Win-win-win-win, zo dachten de plannenmakers. En toch gaat het mis. De verkoop ligt namelijk stil. “Crisis”, zo luidt het excuus van de Groninger bestuurders die met hun handen in de belastingkas grijpen om de tekorten te dekken. Die crisis is er, maar daar ligt het niet aan.

De Blauwe stad is een planningdisaster. Een luxe Lelystad. In een standaardverkaveling als van een Randstedelijke Vinex wijk staan 150 huizen hutje-mutje op elkaar in een zee van groene ruimte. De dakgoten raken elkaar niet, maar de groene kliko voor het tuinafval past er niet tussen. Opgeklopte planologische verwachtingen in veel te nauwe stedenbouwkundige jas. Het meer is wijds, dat wel. En het waait er. Altijd. Maar er is geen zeilboot te zien, want de aansluiting met de rest van het Noord Nederlandse waternetwerk gaat gebukt onder lage bruggen.

De villakoper wordt ook niet verleid met architectonische vrijheid, want per bouwblok is het materiaalgebruik gedetailleerd voorgeschreven. De enige architectonische vrijheid is gelaten aan het prachtige bezoekerscentrum. Daar liggen in doodse stilte de bakstenen en dakpannen uitgestald die door villabouwers gebruikt moeten worden. Het is een ongekend staaltje van doorgeslagen planningsdrift van ontwerpers die zich niet in hun doelgroep hebben verplaatst.

Wie heeft dit kunnen verzinnen? Een blik op de directe omgeving maakt in ieder geval duidelijk dat de plannenmakers geen meter buiten de plankaart van hun blauwe Droomstad hebben gekeken. Het is er armoe troef van de trotse plattelandssoort. Linten van zelfverbouwde boerenarbeiderswoningen, waar op rommelige erven landbouwwerktuigen wegroesten en aan bestelauto’s wordt gesleuteld die onmisbaar zijn voor het werk. Een leesbaar landschap, zo wordt dat in vakjargon genoemd. Maar het valt te vrezen dat in de ogen van de potentiële villakoper na een bezoek vooral valt te lezen dat hij zijn geld niet in het plangebied zal beleggen. De Blauwe Stad is een planningdisaster. Op zijn Nederlands: Een rampenplan.