Categorieën

Column Willem Buunk: 'Legitimiteit'

16 aug 2010

Verkiezingen vervullen een basale functie in de democratie. Ze zijn bedoeld om de legitimiteit aan het bestuur van stad en land te geven. De kiezer geeft met zijn stem aan welke kant het op moet. Althans, in meerderheid. Wat die meerderheid wil is in een coalitieland als het onze niet al te duidelijk. En met de huidige verkiezingsuitslag al helemaal niet. De VVD is de grootste partij in het parlement, maar met slechts 31 van de 150 zetels. Een stevige klus voor de held van deze verkiezingen, Mark Rutte, om een koers uit te zetten voor een kabinet dat gesteund wordt door een meerderheid van de Tweede Kamer.

Liberalen houden niet van andere fratsen, zoals referenda en indirect gekozen politieke organen, zoals de Eerste Kamer of het regiobestuur. De taak van legitimiteitverstrekking is door de kiezer in handen gegeven aan enkele rechtstreeks gekozen politieke vertegenwoordigers. In de Utrechtse regio hebben we ook zo'n frats. Het Bestuur Regio Utrecht (BRU) is een samenwerkingsverband van 9 gemeenten op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR). Het BRU is verantwoordelijk voor woningbouwafspraken, woningbouwsubsidies en de spelregels voor toewijzing van gesubsidieerde huurwoningen. Daarnaast is het BRU verantwoordelijk voor het openbaar vervoer in de stad en de regio.

De legitimiteit van het Dagelijks Bestuur van enkele burgemeesters en wethouders van de BRU gemeenten, wordt in het BRU verleend door de raadsleden, wethouders en burgemeesters die in het Algemeen Bestuur zitten. De DB leden zijn zelf ook lid van het AB. De 10 Utrechtse leden van dat AB vormen een delegatie (met name raadsleden), die worden geacht een standpunt in te nemen namens Utrecht. Het is dan ook regelmatig praten met meel in de mond om het unanieme standpunt van SP tot VVD netjes te verwoorden. Toch zit hierin niet het grootste probleem van een gebrekkige legitimiteit van het regiobestuur.

Niet alleen met rechtstreekse verkiezingen, maar in de politieke praktijk van alledag moet telkens opnieuw legitimiteit worden verworven. Met een dun (hopelijk) of dik (waarschijnlijk) regeerakkoord dat door de Kamer omarmd wordt, kan het kabinet Rutte straks gelegitimeerd aan de slag. Maar wetgeving en beleidsvoorstellen van het dagelijks bestuur van het land, van de regio of van de stad moeten telkens weer een meerderheid van stemmen zien te halen. Die vraag 'steunt u dit?', is in dat proces van alledag van politieke besluitvorming vaak minder duidelijk dan het lijkt. Dikke pakken papier vallen gemiddeld elke twee dagen op mijn deurmat. In die pakken papier zitten voorstellen, concept besluiten, verslagen, rapportages en evaluaties. Je kunt de vorm van een document zo gek niet bedenken of het zit er tussen. In die stapels tekst is het goed zoeken naar wat nu eigenlijk het besluit is dat van de politicus gevraagd wordt. Dat is raar.

Het zou immers glashelder moeten zijn welke keuzes er moeten worden gemaakt. Die keuzedilemma's opsporen in de stukken blijkt vaak een hele toer. De geformuleerde beslispunten zijn onhelder en vooral financiële plaatjes zijn zo complex, dat alleen de woordvoerders financiën er iets van kunnen beginnen te begrijpen. Het summum van gebrekkige legitimiteit is een indirect gekozen politieke vertegenwoordiger die slechte stukken voorgelegd krijgt. Deze situatie doet zich voor in het BRU. De stukken lijken soms een volstrekt willekeurige vorm te hebben, zoals een PowerPoint van de resultaten van een onderzoek waarvan het AB wordt gevraagd vast te stellen in een besluit dat het kennis heeft genomen van de inhoud. We hebben het dan over een poging een beleidskader vast stellen voor de ontwikkeling van het netwerk van openbaar vervoer.

De oplossing van het gebrek aan legitimiteit kan zijn het opheffen van het BRU. Dat laat onverlet dat ook een direct gekozen gemeenteraad of provinciale staten (afhankelijk van waar de taken naar toe zouden moeten) ook geen legitimiteit kunnen verlenen als ze geen goede stukken voorgelegd krijgen. Democratische legitimiteit begint met rechtstreekse verkiezingen. Politieke legitimiteit kan pas worden verworven, als de gekozenen voorstellen voorgelegd krijgen die werkelijke keuzes mogelijk maken in een stevig politiek debat.