Toeval bestaat. Ben ik net op aanwijzen van collega-onderzoekers bezig me te verdiepen in het gedachtegoed van de econoom en politiek filosoof Joseph Schumpeter (1883-1950), staat er een prachtig portret van zijn gedachtegoed in het recente nummer van Liberaal Reveil. Kennelijk is zijn gedachtegoed actueel. Dat is niet verrassend. Het is een tijd van nieuwe staatsbanken en anticyclisch investeren en dat maakt Schumpeter als grootste opponent van zijn tijdgenoot Keynes interessant.
In zijn kritiek op Keynes, maar ook op Marx, formuleerde Schumpeter de beginselen van economische cycli, die in deze tijd van crisis onverminderd relevant zijn. Maar er is meer. De kern van zijn werk bestaat uit principes van economische vooruitgang en innovatie. Een toverwoord in het economisch beleid van overheden, onderzoeksinstellingen en ondernemers. Het Schumpeter lemma in de Wikipedia noemt het Europese innovatiebeleid (de Lissabon aanpak) schatplichtig aan deze principes.
Misschien ook wel een Europeaan in hart en nieren, die Schumpeter. Flamboyant. Hoogleraar aan een universiteit in de periferie van het oude keizerrijk in een stad die tegenwoordig in de Oekraïne ligt. Minister van Financiën in Oostenrijk na het bezwijken van de Dubbelmonarchie. Voor de sociaal-democraten, die al snel ontdekten dat het niet hun man was. Daarna bankdirecteur van een bank die snel failliet ging en daarmee hijzelf ook. Dat alleen al roept meteen het beeld op van een operettedecor, kleurige uniforms met gouden tressen en sopranen en tenoren met veel tremor. Vervolgens ging hij via Graz naar Harvard waar hij tot aan zijn pensioen de toentertijd veel bestreden theorieën en principes formuleerde.
Met de ogen van deze tijd gelezen valt op dat Schumpeter verwachtte dat het socialisme zou overwinnen. Hij had het dan ook niet zo op met ongebreideld kapitalisme en wist zelfs redenen aan te voeren waarom in sommige omstandigheden een monopolie zinvol is voor de economie. De ontwikkeling van een gereguleerde markteconomie die hij benoemt, komt ons bekend voor met onze opvattingen over het onderscheid tussen marktmeester en marktspelers. Overheidsbemoeienis op terreinen waar de socialisten in de jaren '20 van de vorige eeuw alleen maar van konden dromen en alleen haalbaar achtten na een revolutie. Het beeld dat Schumpeter schetste, is door onze ogen bekeken vooral een beeld van realisme.
Is de tijd en strijd van de grote "-ismen" niet al lang voorbij? Sommigen beweren dat het liberalisme gewonnen heeft, bijvoorbeeld omdat de liberale democratie als staatsvorm inmiddels het dominante en enige goed functionerende bestuursmodel is. De socialistische heilstaten hebben de 21e eeuw in ieder geval niet gehaald, met uitzondering van Noord-Korea.
Toch hebben wij liberalen niet het gevoel dat de strijd gewonnen is en we op onze lauweren kunnen rusten. Ook met een verkiezingswinst van 2 zetels in Utrecht zijn we er niet. Met de verkiezingsoverwinning van GroenLinks - ook twee zetels winst en nu de grootste partij - valt te betwijfelen of de strijd gestreden is.
Niet voor niets hoorde ik onlangs voor het eerst de term "ecologisme". Dit is de radicale hoek van de ecologische politieke denkwereld. In de mainstream van het ecologisch geïnspireerde politieke wereldbeeld is de controle van menselijk gedrag een kernbegrip (door de staat welteverstaan), sterk moreel gemotiveerd door zorgen over de toestand van de aarde voor toekomstige generaties. Het ecologisme plaatst zich volledig buiten het speelveld van structuren van de samenleving en overheid. In dit politiek extreme wereldbeeld moet de mens zich onderwerpen aan de wetmatigheden van de natuur, die ecologisten kennelijk beter kennen dan anderen. Het leven als een soort permanente survivaltocht. Ben benieuwd wat die flamboyante Schumpeter daarvan gevonden zou hebben.