Parkeren is zonder twijfel een van de grootste ergenissen van de stadsbewoner. Voor wie geen auto gebruik,t is het aangezicht van het glimmende blik in de straat een doorn in het oog. En onbegrijpelijk dat er niet hier of daar een parkeerplaatsje af kan, om ruimte te maken voor een fietsenstalling. Voor de autogebruiker is elke parkeerplaats heilig, in de wetenschap dat elke avond weer eindeloos rondjes rijden is op zoek naar een plekje. Of een paar uurtjes te staan terwijl je je zieke moeder aan de andere kant van de stad bezoekt, een vergadering bijwoont of een boodschap doet.
De oorzaak van het probleem is wensdenken. De beleidsmakers wensen dat er minder met de auto wordt gereden. Na lang nadenken hebben ze een truc gevonden om die wens tot werkelijkheid te maken. Ze toverden parkeerplaatsen weg. Telkens wanneer er een kantoor, woonwijk, ziekenhuis of fitnessruimte wordt gebouwd, dan worden er te weinig parkeerplaatsen aangelegd. Als mensen niet kunnen parkeren, dan houden ze vanzelf op met autorijden, zo was jarenlang de verwachting. U en ik weten dat het niet zo werkt. De beleidsmakers kunnen het inmiddels ook weten, want vele onderzoeken laten zien dat het niet zo werkt.
Het wensdenken is ver doorgedrongen in het gemeentelijke beleid, met gedetailleerd kolommen met vermenigvuldigingsfactoren om het aantal parkeerplaatsen per vierkante meter gebouw te bepalen. Er zal niet snel een meerderheid in de raad zijn om aan die vastgeroeste beleidsdogma's wat te veranderen. Laten we eens een andere richting verkennen. Parkeren is namelijk big business. Het parkeerbeleid vermomd zich als parkeerbedrijf. Een stiekeme staatsonderneming voor de exploitatie van delen van de openbare ruimte. Een concessie die onder onduidelijke en onzakelijke randvoorwaarden is verleend. Een firma die grossiert in ontevreden klanten.
Dat kan anders, zakelijker en beter. Het bureau parkeren van de gemeentelijke dienst stadswerken noemt zichzelf 'parkeerbedrijf'. Nou, laten we dat er maar eens van maken. Dat kan ook heel goed door een aanbesteding bij een professioneel parkeerbedrijf. Laten we dat nieuwe bedrijf U-Park noemen, het klinkt immers al een stuk frisser als het op zijn engels uitgesproken wordt. U-Park krijgt het bestaande beleid als randvoorwaarden mee, met het bestaande aantal en areaal aan parkeerplaatsen. Maar met de uitnodiging om er klantgericht mee om te gaan.
Wat een verschil zal dat zijn. Van de €25 miljoen die u jaarlijks in de parkeermeter en aan vergunningen betaald, wordt jaarlijks een fikse €5 miljoen ingepikt met onduidelijke beleidsbestemmingen. U-Park gaat dat anders doen. Dat is het investeringsgeld voor groei in omzet en winst. Welke kansen gaat het bedrijf zien? In wijken waar de auto's nu 's nachts op de stoepen en in grasperken staan, gaat U-Park investeringsvoorstellen doen voor ondergronds parkeren. Met projectvoorstellen voor kleinschalige, misschien soms automatische parkeersystemen, zullen omwonenden enthousiast worden. Altijd plaats, veilig, droog schoon, waar mogelijk met ruimte voor fietsparkeren erbij. In ruil hiervoor zal een betere openbare ruimte terugkomen. Meer ruimte voor pleinen en speelplekken. De parkeerder zal zijn knopen tellen: meer betalen voor een mooie veilige parkeerplaats in een garage, of op straat blijven staan. Aan U-Park de taak om u als parkeerconsument in uw parkeervoorkeuren optimaal te bedienen.